Nieuws

MBI artikelen

Familiebedrijf overleeft overdracht aan kinderen meestal niet

Bron: FD 8 april 2016

 

De oprichter die zijn familiebedrijf overdraagt aan de tweede generatie, heeft een grote kans dat de onderneming de transitie niet overleeft. Wereldwijd redt 70% van familiebedrijven het niet onder de nieuwe leiding. De opvolger blijkt vaak een slecht ondernemer.

Dat blijkt uit internationaal onderzoek dat is uitgevoerd onder familiebedrijven. De bevindingen zijn donderdag gepubliceerd door Erasmus Centre for Family Business, Rabobank en BDO. De meerderheid van alle Nederlandse ondernemingen is een familiebedrijf.

Winstgevendheid

De eerste generatiewisseling van familiebedrijven gaat in bijna zeven op de tien gevallen mis. Heel vaak loopt de winstgevendheid na de overdracht sterk terug. Daar zijn volgens de onderzoekers meerdere redenen voor.

Oprichters houden vaak te veel macht in handen, waardoor de nieuwe generatie niet echt kan ondernemen. Er blijft een scala aan beschermingsconstructies bestaan waardoor de feitelijke zeggenschap bij de oudgedienden blijft.

Te voorzichtig

Veel nieuwe bestuurders zijn bovendien te voorzichtig om het bedrijf winstgevend te houden. Er wordt relatief veel dividend uitgekeerd, terwijl dat geld beter gestoken zou kunnen worden in innovaties en nieuwe producten. De tweede generatie keert zichzelf 9% meer dividend uit dan bij niet-familiebedrijven gebruikelijk is. En de opvolger steekt ook nog eens 14% minder in R&D dan de meeste bedrijven doen.

Het onderzoek is gebaseerd op twee internationale kwantitatieve studies die mede zijn uitgevoerd door het Erasmus Centre for Family Business (ECFB). De eerste studie keek naar beursgenoteerde familiebedrijven in de VS, de tweede naar familiebedrijven in private handen in acht landen.

Nieuw bloed, nieuwe koers

Beide studies zijn zogeheten ‘meta-analyses’, die een statistische heranalyse uitvoeren op alle tot nu toe gepubliceerde studies. In de studies wordt vooral stilgestaan bij de keuzes die familiebedrijven maken over strategie en governance en de gevolgen daarvan voor hun financiële prestaties. De duiding van deze kwantitatieve bevindingen heeft mede plaatsgevonden aan de hand van een groot aantal kwalitatieve onderzoeksinterviews in de Nederlandse context.

In de studie ‘Nieuw bloed, nieuwe koers’ die door de drie eerder genoemde instellingen is gepubliceerd, bepleiten de onderzoekers dat familiebedrijven vooral vroegtijdig plannen maken, blijven investeren in innovatie en de besluitvaardigheid op peil houden.

Beschermingsconstructies

Hoogleraar Pursey Heugens, onderzoeker bij het ECFB, legt uit dat bij veel generatiewisselingen de oprichters het bedrijf overdragen zonder de opvolgers écht te vertrouwen. ‘Er blijft vaak een scala aan beschermingsconstructies bestaan waardoor de feitelijke zeggenschap bij de oudgedienden blijft.’

Dat is volgens Heugens funest voor het ondernemerschap van de volgende generatie, die toch al de neiging heeft zich eerder rentmeester dan ondernemer te voelen. In de komende jaren zal naar zijn verwachting een recordaantal familiebedrijven van eigenaar wisselen.

Ook dividendbeleid wordt voor veel familiebedrijven steeds zwaarder met de generaties. Naarmate de familie met de generaties groter wordt, stijgt ook het aantal mensen dat recht heeft op dividenduitkeringen. Dat gaat ten koste gaat van onderzoek en ontwikkeling.

Bron: FD 8 april 2016

 

De oprichter die zijn familiebedrijf overdraagt aan de tweede generatie, heeft een grote kans dat de onderneming de transitie niet overleeft. Wereldwijd redt 70% van familiebedrijven het niet onder de nieuwe leiding. De opvolger blijkt vaak een slecht ondernemer.

Dat blijkt uit internationaal onderzoek dat is uitgevoerd onder familiebedrijven. De bevindingen zijn donderdag gepubliceerd door Erasmus Centre for Family Business, Rabobank en BDO. De meerderheid van alle Nederlandse ondernemingen is een familiebedrijf.

Winstgevendheid

De eerste generatiewisseling van familiebedrijven gaat in bijna zeven op de tien gevallen mis. Heel vaak loopt de winstgevendheid na de overdracht sterk terug. Daar zijn volgens de onderzoekers meerdere redenen voor.

Oprichters houden vaak te veel macht in handen, waardoor de nieuwe generatie niet echt kan ondernemen. Er blijft een scala aan beschermingsconstructies bestaan waardoor de feitelijke zeggenschap bij de oudgedienden blijft.

Te voorzichtig

Veel nieuwe bestuurders zijn bovendien te voorzichtig om het bedrijf winstgevend te houden. Er wordt relatief veel dividend uitgekeerd, terwijl dat geld beter gestoken zou kunnen worden in innovaties en nieuwe producten. De tweede generatie keert zichzelf 9% meer dividend uit dan bij niet-familiebedrijven gebruikelijk is. En de opvolger steekt ook nog eens 14% minder in R&D dan de meeste bedrijven doen.

Het onderzoek is gebaseerd op twee internationale kwantitatieve studies die mede zijn uitgevoerd door het Erasmus Centre for Family Business (ECFB). De eerste studie keek naar beursgenoteerde familiebedrijven in de VS, de tweede naar familiebedrijven in private handen in acht landen.

Nieuw bloed, nieuwe koers

Beide studies zijn zogeheten ‘meta-analyses’, die een statistische heranalyse uitvoeren op alle tot nu toe gepubliceerde studies. In de studies wordt vooral stilgestaan bij de keuzes die familiebedrijven maken over strategie en governance en de gevolgen daarvan voor hun financiële prestaties. De duiding van deze kwantitatieve bevindingen heeft mede plaatsgevonden aan de hand van een groot aantal kwalitatieve onderzoeksinterviews in de Nederlandse context.

In de studie ‘Nieuw bloed, nieuwe koers’ die door de drie eerder genoemde instellingen is gepubliceerd, bepleiten de onderzoekers dat familiebedrijven vooral vroegtijdig plannen maken, blijven investeren in innovatie en de besluitvaardigheid op peil houden.

Beschermingsconstructies

Hoogleraar Pursey Heugens, onderzoeker bij het ECFB, legt uit dat bij veel generatiewisselingen de oprichters het bedrijf overdragen zonder de opvolgers écht te vertrouwen. ‘Er blijft vaak een scala aan beschermingsconstructies bestaan waardoor de feitelijke zeggenschap bij de oudgedienden blijft.’

Dat is volgens Heugens funest voor het ondernemerschap van de volgende generatie, die toch al de neiging heeft zich eerder rentmeester dan ondernemer te voelen. In de komende jaren zal naar zijn verwachting een recordaantal familiebedrijven van eigenaar wisselen.

Ook dividendbeleid wordt voor veel familiebedrijven steeds zwaarder met de generaties. Naarmate de familie met de generaties groter wordt, stijgt ook het aantal mensen dat recht heeft op dividenduitkeringen. Dat gaat ten koste gaat van onderzoek en ontwikkeling.

Terug naar overzicht